Ouwe auto

Ik ben trots op mijn ouwe Peugeot 205. Voor een minimaal bedrag gekocht, van binnen meestal een zooitje, af en toe hulpbehoevend (lang leve de wegenwacht) maar die keren zijn op één hand te tellen. Ook al lijkt het soms meer een rijdende asbak dan een auto, het ding heeft me tot nu toe gebracht waar ik wezen wilde. En daar heb ik behoorlijk lol in: niks geen dure aanschaf, afbetaling of weet ik veel. Oud, met hier en daar wat vreemde bijgeluiden in de bochten en bijna altijd starten en lopen.

Ooit was hij zelfs helemaal ongeschonden, toen ongeveer 15 jaar oud en geen kras of spatje roest. Blijkbaar had de eigenaar voor mij 'm wel goed onderhouden. Ik ben niet zo'n poetser, en vergeet meestal dat een keer door de wasstraat of met de stofzuiger er doorheen geen overbodige luxe is. En toch ging het me aan het hart toen enkele jaren geleden een paar idioten het idee hadden dat mijn radio het bij hun veel beter zou doen. Omdat het nacht was, de deuren op slot en ze me blijkbaar niet wilden wakker maken om de sleutels te vragen hebben ze eerst maar het slot vermoerd, om vervolgens de stijl van de deur naar buiten te buigen. Radio weg, maar dat interesseerde me niet zo, de volgende ochtend. Erger vond ik het dat door het openbuigen de lak van de stijl was gesprongen zodat daar nu twee verwrongen, roestige plekken zitten. Eigenlijk de eerste roest op een verder smetteloos autootje. En dat door een stel hondekoppen die niet van andermans spullen af kunnen blijven. Maar ja, de stijl is teruggebogen, het slot nog steeds kapot, zodat ik bij het openmaken via de bestuurderskant mijn deur van het slot moet doen. Maakt niet uit, hij rijdt!

Het Peugeootje heeft al een heen- en terugweg overleefd, en met een paar nieuwe banden ging het ook nu weer voorspoedig richting Greve in Chianti. 130/140 over de Deutsche Autobahn, geen vuiltje aan de lucht. En toch merkte ik daar voor de eerste keer dat een oud autootje ook z'n nadelen heeft. Blijkbaar ben je dan voor bepaalde beambten vogelvrij en op voorhand verdacht. In ieder geval liet de groen-witte auto met daar groot Zoll voor me er geen twijfel over bestaan: Follow Me, stond er knipperend voor me. En braaf voldeed ik aan dit vriendelijke verzoek. Vijf man sterk stonden ze klaar op een parkeerplaats. Rijbewijs, autopapieren en paspoort werden zorgvuldig gecontroleerd en in de auto gecheckt. De andere vier trokken rubberen handschoenen aan en keerden in no-time het Peugeootje binnenstebuiten. Niets te vinden, op enkele oranje/roodwitblauwe WK-rommel na die ik bij me heb om tijdens dat WK de Italianen en hier ook veel aanwezige Denen (welkom poule-genoten!) mee te sarren. In de ogen van de Duitse douanemensen was dat ernstig genoeg om me niet door te laten rijden, en mocht ik alleen verder als ik het zou inruilen voor geelzwartrood. Even bekroop me het gevoel dat ik hier met een zeldzaam soort Duitser te maken had: die met humor! Meteen na die absurde gedachte het gevoel dat het toch vreemd is: een douanebeambte duidelijk moeten maken dat er grenzen zijn…

En verder maar weer, nog heel wat kilometers te gaan! Duitsland doorkruist en bij Basel het Zwitserse luchtruim binnengedrongen. Althans, dat dacht ik. Hoe wij aan het idee komen dat die Zwitsers neutraal zijn?! Ik kon meteen mijn paspoort inleveren en de auto aan de zijkant parkeren. Met minder mensen, maar mèt een argwanende dienstklopper die alles over mijn reis en reisdoel wilde weten herhaalde zich het Duitse toneelstuk. Inclusief indringende vragen, achterdochtige herhalingen als hij vond dat iets in tegenspraak was met wat ik daarvoor had gezegd. Kortom: de man genoot van zijn baan! En daardoor had ik voor het eerst plezier van mijn niet al te grote opruimwoede als het om mijn auto gaat. In de achterbak lag nog een vuilniszak met lege blikjes, lege snoepzakjes, papiertjes, lege shagpakjes en de onvermijdelijke verpakkingen van die meestal zo smerige broodjes bacon-ei van menig benzinepomp. Het was niet verder gekomen dan het in die vuilniszak proppen, het weggooien van de zak zelf was net een stap te ver. En nu was ik er blij mee. Ooit een dienstklopper met handschoentjes aan en een zaklantaarn een vuilniszak zien doorspitten?

Met nauwelijks verholen teleurstelling zette hij de zak weer in de achterbak en klapte hij de kofferdeksel dicht. Ik mocht verder, al ging het niet van harte. Van zijn kant tenminste. Mij restten nog zo'n zeshonderd kilometer en één grensovergang. Die kon ik passeren op de Italiaanse manier: een wapperend handje, nauwelijks een blik en een houding van de douanebeambte die verried dat hij het te warm vond, geen zin had en niet kon wachten tot zijn dienst er op zat. Doorrijden maar…op naar nog vier maanden Toscane!

Even terug!

Als ik nu naar buiten kijk, dan lijkt het uitzicht in geen velden of wegen op dat van de kamer in Villa Prono. En toch, ondanks het grauwe weer, ondanks de regen en ondanks de temperatuur is het zo lekker om weer terug te zijn. Twee maanden was het hard werken in Greve, maar in zo’n omgeving, dan maakt dat niet uit. Nu weer over tot de dagelijkse gang van zaken, en nooit gedacht dat ik daar zo van zou kunnen genieten. Vooral omdat het toch thuis is, dicht bij m’n vriendin en dichter bij m’n kinderen dan de 1400 km die het in Greve zijn. Vanochtend weer een voor ons ‘gewoon’ ontbijt: croissantjes, eitje, Nutella, koffie, thee en vers sap. Juist dat ‘gewone’, dat bekende, dat is goed om weer te doen. Hoe erg ik ook geniet van alles wat Italië en Villa Prono te bieden hebben, hoe goed voelt het daarnaast om weer hier te zijn. ‘t Goeie leven samen, het veel dichterbij gevoel van donderdag even m’n dochters op kunnen halen voor een lang weekend hier. Ik wist vooraf dat ik het zou missen, en dat heb ik de afgelopen twee maand dan ook zeker gedaan. En als je dan eenmaal terugbent, dan valt pas extra op hoe goed het is! Dat wordt nog wat als ik over een kleine maand voor vier maanden naar Italië vertrek. Gelukkig zitten daar periodes in met vakantie, dus dan komen m’n meiden allemaal naar me toe. Heel stoer, met het vliegtuig. En m’n lief, daarmee gaat het helemaal goedkomen, want volgens mij heeft Ryanair een topperiode voor de boeg. De lijn Eindhoven-Pisa zal drukbezet zijn, in die maanden. En dat is maar goed ook! Ik kan goed tegen alleen zijn, of me in m’n eentje moeten redden. Maar ik heb ook gemerkt dat niets zo goed is en goed voelt als alle goede, leuke, mooie en gave dingen die zo’n periode met zich meebrengt mee te maken met dìe mensen die zo belangrijk voor me zijn!
En na die sentimenten nog iets over de terugreis: Zwitserland: land van wegwerkzaamheden! Duitsland: onnodig land, ligt in de weg en de eindeloze autobahnen staan vol met overbodige toeristische info-borden..alsof iemand het in z’n hoofd zou halen af te willen slaan! Slechts één ding viel me op tijdens die uren duf doorkachelen; een auto met daarop het woord ‘Bewerbekletteraar’. En dat heeft me tenminste enkele tientallen kilometers beziggehouden en vermaakt. Ik kan nog steeds alleen maar gissen naar de betekenis, maar weet in ieder geval dat het zeker een paar keer dubbele letterwaarde en minstens drie keer de woordwaarde oplevert bij Scrabble!

Discussie 2

Dat Italianen graag en veel praten, dat had ik al eerder gezegd. Dat ging toen voornamelijk over de discussies in de praatprogramma’s op tv. En dan vooral over de manier waarop: hard, harder dan je tegenstander en vooral door elkaar heen! Toch is er ook een andere manier waarop Italianen zaken bediscussiëren; het onderhoudende, vergelijkende of analyserende gesprek. En nee, het hoeft daarbij absoluut niet te gaan over zwaarwegende onderwerpen of diepe levensvragen. Eigenlijk is elk onderwerp goed voor een uitgebreide conversatie. Neem een verstopte regenwater afvoer. Net aangelegd, een week of twee voordat het terrasje waar de afvoer van is werd betegeld stroomde het water nog vrolijk weg. En opeens: nulla! Een miezerig straaltje in de put, terwijl het water boven niet wegstroomt en een plafond halverwege waar de leiding door loopt de neiging vertoond tot binnenhuiselijk regenbuitje.
De conclusie: verstopt, en daar moet wat aan gedaan worden is snel getrokken. Alleen, bij die conclusie blijft het natuurlijk niet! Uitgebreid wordt met iedereen die aan het werk is de vraag behandeld hoe dit heeft kunnen gebeuren, wat de mogelijke oplossingen zijn, wiens schuld het is, hoe de leiding eigenlijk van boven naar beneden loopt en wat er in de pijp kan zitten dat de verstopping veroorzaakt. De metselaars, de loodgieter, de electriciën, twee bezoekers die langskomen, iedereen staat beurtelings minstens tien minuten stil bij dit opmerkelijke verschijnsel. Met daarbij natuurlijk van eenieder een bijdrage in de discussie over het hoe, door wie, wat en hoe op te lossen. De aannemer, die eigenlijk verantwoordelijk is voor de aanleg, biedt al aan om alles weer open te breken en de leiding te vervangen. Maar dat gaat iets te ver, levert een hoop achterstand op terwijl over een week de eerste gasten in het appartement bij het terrasje komen. Geen mogelijkheid dus. Maar wel weer een optie die de nodige spreektijd oplevert.
Al met al heeft de verstopping een dag geduurd. En in die dag is er opgeteld toch al gauw vier uur over het mankement gesproken, gediscussieerd, gebeld en gevloekt. Tot de volgende dag de spurgo komt, de mannen van de rioolreiniging. Met een sonde onder hoge druk was in vijf minuten de afvoer doorgeblazen. Het uitrollen van die slang duurde in feite langer dan het doorblazen. Einde probleem, maar….nog geen einde discussie! Want ook met de twee mannen van de spurgo wordt nog even uitgebreid stilgestaan bij wat er uit de leiding geblazen is, hoe dat heeft kunnen gebeuren, en wie er dus uiteindelijk schuldig was aan dit euvel. Een half uur na het oplossen van het mankement kan de slang weer worden opgerold, vertrekt de vrachtwagen en gaat het deksel op de put. Einde woordenstroom en probleem verholpen!
Een ander moment waarop blijkt dat praten belangrijk is, is aan tafel. Na de pasta, die uiteraard goedkeurend geproefd en becommentarieerd wordt, komt het vlees op tafel. Met wijn van eigen bodem, en olie uit eigen olijfboomgaard. De pasta wordt smakelijk naar binnen gewerkt, onder het bespreken van het type (penne rigate in dit geval), wat toch wel het goede type pasta is voor een gerecht al forno, en een kleine kritische kanttekening dat de penne toch wel iets te ver doorgegaard is; niet al dente dus. Maar ook daar is discussie over mogelijk. Want zoveel soorten pasta, zoveel soorten producenten en daarbij dan weer de zoveel manieren om de pasta te koken. En tjsa, de penne van dit merk X zijn nu eenmaal wat eerder gaar dan die van merk Y. Als de borden leeg zijn is het onderwerp afdoende uitgekauwd en komt het vlees aan bod. Of zoals in dit geval: naast het vlees is er de olie, die bij de salade en het brood gegeten wordt. De eigen olie, en dat zet ik er niet zonder reden bij. Want het is de trots van de familie, net als waarschijnlijk twee fattorie verderop net zo trots wordt gesproken over de olie die daar op tafel staat. En ook al is het de eigen olie, die al sinds jaar en dag op tafel staat, dat weerhoudt de disgenoten er niet van om nog eens de smaak te analyseren, uitgebreid te bespreken waarom deze olie zo lekker is en nogmaals te proeven. Natuurlijk wordt er vergeleken met de oogst van het jaar daarvoor en passeren alle na- maar vooral voordelen van de laatste oogst de revue. Het is duidelijk, een maaltijd in alle stilte zit er hier niet in. Bij elke hap, bij elke slok passen minstens vijf zinnen. En ga maar na hoe dat verloopt als je met vijf Italianen aan tafel zit. Dan is het vooral eet en luister smakelijk!

Collectief remmen

Italianen hebben de naam chaotische, drukke, hectische, snelle en doldwaze automobilisten te zijn. Na bijna twee maanden in dit land rond te rijden kan ik eigenlijk niet anders dat dat volmondig te beamen. Ik ga er niet prat op de meest pro-actieve, immer anticiperende bestuurder te zijn, maar toch; hier rondrijden zorgt wel dat een aantal dingen je opvalt, en dat een aantal vooroordelen bevestigd wordt. Wat bovenal duidelijk is, is dat er geen beeld van dé Italiaanse autobestuurder te schetsen is. Want waar de een als Formule 1-coureur de meest bochtige bergweggetjes in de kortst mogelijke tijd aflegt, lijkt de ander elke dag als zondag = langzaamaandag te beschouwen. Met alle tijd om zo traag mogelijk te rijden, af te slaan op onverwachte momenten en vooral net voor je de weg op te draaien als je eindelijk een beetje vaart gemaakt hebt. Kortom, zoveel auto’s, zoveel soorten bestuurders, ook hier.
Om vooralFlitspaal_2 het rondscheurende deel van de autonatie een beetje in toom te houden, heeft de politie ook hier flitspalen tot haar beschikking. Vaak in dorpen, waar een maximumsnelheid van 50 km per uur geldt, staat zo’n paal opgesteld. Maar ook langs de autowegen, waar je 90 km per uur mag, zijn die palen te vinden.
Anders echter dan in Nederland, is er met die flitspalen niks sneaky’s aan de hand. Nee, ze worden zelfs met borden aangekondigd. Hallo coureur, voor het geval u van plan was dit dorp met een dubbele maximumsnelheid te doorkruisen: er komt zo een flitspaal. Heel aardig van de plaatselijke hermandad, en wat je dan ook ziet is dat automobilisten stevig doorrijden, op 20 meter voor de flitspaal stevig in de ankers gaan tot ze ter hoogte van ‘t apparaat de gewenste 50 km per uur rijden, om vervolgens weer fors op het gas te gaan om de rest van het dorp met 80 à 90 km per uur door te scheuren.
En wellicht heeft iemand het wel eens meegemaakt, zo’n paal langs de weg, en niemand die remde. Dat kan. Althans, als de paal aan de ‘goeie’ kan van de weg staat. Van de Italiaanse flitspaal heb je namelijk geen last als-ie niet aan ‘jouw’ kant van de weg staat. Want alleen die zijn gevaarlijk. Zo’n paal flitst alleen ‘n auto die ‘m te snel passeert. Auto’s die met dubbele cijfers uit tegengestelde richting komen hebben nergens last van. Dus, tip van de week: paal op rechts: remmen; paal op links: gas!
Dat geldt dus voor de dorpen. Op de autoweg, bijvoorbeeld die van Firenze naar Pisa, staan ze sowieso aan jouw kant. Deze vierbaansweg nodigt uit tot doorrijden, maar helaas: 90 km per uur is de max. En inderdaad, er zijn automobilisten die zich er aan houden. Erg lastig en soms schrikken, als je met 130 km per uur doorrijdt. Want die snelheid kan makkelijk, met twee rijbanen tot je beschikking en een andere vriendelijke benadering van de polizia stradale. Om de zoveel tijd staat er namelijk een groot bord langs de weg: Controllo Elettronico della Velocità. En dan weet je: bij de volgende noodstopplaats (die ook keurig wordt aangekondigd) staat er één. Wat er verder nodig is, is het in de gaten houden van je wat snellere mede-weggebruikers. En vooral hun remlichten. Ter hoogte van de bewuste plek staat iedereen, links, rechts, inhalend of ingehaald wordend, even op de rem zodat er 90 km per uur op de teller staat. Een collectief remmen met dank aan de hermandad. Van 130 naar 90 in 5 seconden. Om daarna naar behoefte het gaspedaal weer in te trappen. Tot de volgende aankondiging van elektronische snelheidscontrole. Waar het spelletje opnieuw gespeeld wordt. En da’s maar goed ook. Stel je voor dat die mooie flitspalen door het gebruik zouden slijten…

Follow the leader…

Tg1studioIk zie zoveel nieuwe gezichten op tv, dat het mij niet eens was opgevallen. Maar Andrea zag ‘t meteen bij het begin van het nieuws: ‘Hey, een nieuw gezicht. Maar ja, da’s ook niet zo vreemd, ze hebben er net drie uitgegooid bij TG1.’
Eruitgegooid? Waarom dan? En van de uitleg die daarop volgde was ik toch even stil en is een minder vleiend voorbeeld van het land waar ik momenteel woon.
Even terug naar een paar weken geleden. De regionale verkiezingen kwamen er aan. Dat is natuurlijk altijd een periode waarin politici zich willen laten horen, hun standpunten naar voren brengen om zieltjes en stemmen te winnen. Net als in Nederland gaan de nationale boegbeelden daarom de boer op om de regionale partijgenoten te ondersteunen. Een bekende kop doet natuurlijk altijd meer dan een onbekende kandidaat van een regionale lijst.
Ik had al wat meegekregen over ophef in de aanloop van die verkiezingen, en dat had te maken met een idee van Berlusconi himself. Hij wilde namelijk de talkshows die op Rai Uno en Rai Due worden uitgezonden (en dat zijn er drie in totaal) een maand lang voorafgaand aan de verkiezingen stopzetten. En zoals mij nu duidelijk is geworden, dat is hem ook gelukt! Moet je je voorstellen dat Balkenende bekendmaakt dat Pauw en Witteman, Andries Knevel en wellicht ook Mattijs van Nieuwkerken hun programma een maand lang niet mogen maken, omdat dat te veel van invloed zou zijn op de verkiezingen! Nederland zou te klein zijn, Balkenende met pek en veren afgevoerd en opgesloten in een instituut waar ze gespecialiseerd zijn in de behandeling van langdurig geestelijk ongestelden en die uitzendingen zouden gewoon doorgaan.
Hier niet. Een maand lang hebben de twee zenders keurig vulling gezocht omdat ze de talkshows niet uitzonden. Krankzinnig, mensen praten erover, maar nee…Berlusconi’s wil is blijkbaar wet. De vergelijking met Mussolini, die door een vertegenwoordiger van links werd gemaakt, en waar de Italiaanse premier zich erg over opwond, lijkt als je dit soort praktijken ziet gebeuren nog helemaal niet zo beroerd.
Maar dus, nieuwe gezichten bij Rai Uno. Want drie journalisten van TG1, het nieuwsprogramma, waren het openlijk niet eens met het stoppen van de talkshows in aanloop naar de verkiezingen. Het gevolg: ze liggen eruit. Braaf doen wat de grote leider zegt en je mag blijven zitten; sputter je tegen, dan kun je gaan. Voor de regeringsgezinde publieke zender Rai Uno (Rai Due is vooral links, Rai Trè schijnt het meest neutraal te zijn) is het blijkbaar geen enkel probleem om zich naadloos aan te passen aan de wensen van de politiek leider. En voor veel mensen hier is dat verbazingwekkend, maar meteen een teken aan de wand. ‘Nu dit gelukt is, kun je wel voorzien wat er bij de volgende verkiezingen gaat gebeuren. De toon is gezet, en iedereen luistert naar Berlusconi’.

Inburgering

Overal ter wereld kom je ze tegen, dus ook in Italië: Chinezen. In Florence is een grote gemeenschap van Chinezen, die vooral in het gedeelte Prato bij elkaar zijn gaan zitten. Florence heeft dan ook de grootste Chinatown van Italië. Dat is te zien als we op een zondag naar een enorm winkelcentrum in dat gedeelte van de stad gaan. Voor veel mensen blijkt die koopzondag, één keer per maand, een soort uitje te zijn. Ze hebben er zelfs een half uur zoeken naar plek op een overvolle parkeerplaats voor over om daarna rond te slenteren in een winkelcentrum met bouwmarkt, supermarkt en een nog eindeloze reeks van winkels en eettenten.
Wij hebben het op de bouwmarkt en supermarkt gemunt, en in die supermarkt valt op hoeveel Chinezen er zijn. Als ik een tijdje voor een schap met pasta sta, waan ik me even in een ander deel van de wereld, omdat de klanken om me heen niets met Italiaans te maken hebben. Want onderling, ondanks een verplicht soort van inburgeringscursus is het vooral Chinees wat er gepraat wordt. Logisch, ik val ook meteen terug op mijn eigen taal op het moment dat ik snel iets wil zeggen, of iets ingewikkelds wil uitleggen.
Net als in Nederland worden hier ook grappen over die Chinezen gemaakt. (En op voorhand al excuses voor het generaliserende van wat er nu volgt….!) Want net als Nederlanders hebben Italianen het idee dat Chinezen alles wat maar vlees heeft door hun eten gooien; honden, katten en wat al nog meer. En de grap die de metselaar die bij Villa Prono aan het werk is daarover maakte valt daarom heel goed te vertalen:
Een Chinees, Lee Wang, moet zijn inburgeringstest maken om in Italië te kunnen wonen. En net als in Nederland valt daaronder ook kennis van de taal van het land. Lee Wang krijgt dus een aantal spreekwoorden en gezegden, en moet na het eerste deel, zelf het tweede deel invullen om te laten blijken dat hij het spreekwoord kent. Hij gaat goed van start en werkt zich gestaag door de reeks heen. Totdat hij bij het volgende gezegde komt: ‘Blaffende honden….’ Lee Wang bedenkt zich geen moment en vult aan: ‘….zijn niet lang genoeg gekookt’.

Furbo

Dr_petraEen groot grasveld onder de olijfbomen bij het zwembad ligt nog te wachten om gemaaid te worden. Omdat het mooi weer is, is het tijd en als ik met de grote maaier naar boven sjouw zie ik iemand op een trapje bij de olijfbomen staan. Het is Francesco, iemand van een jaar of 65 die zoals blijkt ik al wel aan de telefoon heb gehad maar nog nooit ontmoet. Dat is snel verholpen en in plat Toscaans krijg ik rap zijn hele geschiedenis met Villa Prono om de oren. Zijn ouders zorgden al voor de olijven van de Villa, en hij heeft dat later overgenomen. Hij kent Andrea al vanaf dat het een klein ventje was, en de moeder nog veel langer. En zijn ouders zorgden al voor deze olijfbomen, en voor die op het land tegenover Villa Prono, en nu doet hij dat. En is Andrea er ook want die heeft hij al heel lang niet gezien. Hij lijkt precies op zijn moeder, altijd op reis en nooit een keer thuis als hij langskomt of belt. En dat we de komende week toch zeker een keer moeten komen eten.
Ik knik vriendelijk, blij dat ik de grote lijn van zijn verhaal heb kunnen volgen. En dat met dat eten komt ook vast goed. Andrea is namelijk thuis en beneden aan het werk, dus vandaag zullen zij elkaar eindelijk kunnen begroeten.
Eerst moet er gewerkt worden. De maaier start, ik begin de eerste banen over het grote veld te trekken, en Francesco scharrelt met trap, hakmes en snoeischaar van boom tot boom. Die snoeischaar zie ik later, draagt hij in een ouwe koeiehoorn aan een koord om zijn middel. Ik bedenk me dat die houder van de schaar waarschijnlijk ook van zijn vader is geweest. Het idee past in ieder geval in het nostalgische plaatje, dus ik laat het wel om daar naar te vragen.
Even na twaalven komt hij van zijn trapje af en probeert over het lawaai van de maaier heen te schreeuwen. Of Andrea echt beneden is. Ik stop met maaien en loop naar beneden terwijl hij de auto pakt en om het huis heenrijdt. Voor de lunch wil hij Andrea in ieder geval nog even de hand schudden.
Beneden wordt het een luidkeelse ontmoeting, met veel gespeelde verontwaardiging over ‘altijd maar weg, we zien je nooit meer’ en ‘wat nou altijd weg, ik ben heel december en januari hier geweest’. Snel wordt de gezondheid van de wederzijdse families besproken en komt natuurlijk ook samen eten van komende week ter sprake. Moeten we doen, is de algemene conclusie. Francesco gaat bellen welke dag het wordt. Achter uit de auto worden nog vier eieren opgediept, kakelvers van vannacht om nog een frittata mee te maken. Als hij inmiddels weer in de auto zit duurt het nog eens de gebruikelijke tien minuten voordat hij daadwerkelijk wegrijdt; ook door een open raampje kun je namelijk nog prima een gesprek voeren.
Als hij weg is, krijg ik nog wat aanvullende informatie. Francesco is wat de Italianen furbo noemen. Heeft op zijn 40-ste een motorongeluk gehad, en daardoor, in combinatie met het kennen van wat mensen op goeie posities heeft hij het voor elkaar gekregen om afgekeurd te worden. ‘Hij is dus al vanaf zijn 40-ste met pensioen, maar heeft daarbij altijd zwart gewerkt. Moet je nagaan; door motorrijden, iets wat je voor je plezier doet, krijg je een ongeluk en heb je wat last. En daarna krijg je een pensioen, en kun je nog bijverdienen.’
In Andrea’s stem klinkt ongeloof door. Zoiets is alleen maar hier mogelijk, lijkt hij te zeggen. Maar in Italië geldt ook dat wie het zo goed weet te regelen, slim is, furbo. Je bent het systeem te slim af, en dat is net als het betalen van zo min mogelijk belasting een zaak waar iemand toch een soort van waardering voor krijgt, een soort nationale sport. Het is een sluwheid die niet goed is, maar geen mens die er over zal denken om iemand als Francesco bij de autoriteiten aan te melden. Omdat eigenlijk iedereen op zijn of haar manier zo handelt. Of in ieder geval zou handelen, als de kans zich voordeed.

Wijn bottelen

Greve ligt midden in de Chianti, en dus ben ik met m’n neus middenin de wijnplas gevallen. Onder Villa Prono ligt een mini-labyrint van wijnkelders, waar ik de afgelopen dagen redelijk de weg heb leren kennen. En heb ontdekt dat veel van de oude wijnvaten, en aanverwante stoffige zaken, niet meer in gebruik zijn. Want tegenwoordig heeft het wijn bottelen niet veel meer te maken met een geheimzinnig rijpingsproces in vaten van een speciale houtsoort. Het nieuwe gedeelte van de wijnkelders van Villa Prono bevat enorme tanks van 12 tot 120 hectoliter, waarin de oogst van vorig jaar is opgeslagen om vervolgens overgetapt te worden in kleinere mandflessen en uiteindelijk in gewone wijnflessen op tafel te belanden. Allemaal is het Chianti Classico, wat wel staat voor de herkomst en een bepaalde kwaliteit, en hoewel nog jong, belooft de oogst van 2009 een mooie wijn op te leveren.
Die wijn drinken we al bij het eten, nemen we mee als cadeautje naar vrienden als we daar gaan eten en staat straks klaar voor de gasten als ze aankomen in de appartementen. Maar voor het zover is moet er nog wel gebotteld worden en het is voor het eerst dat ik dat meemaak. De voorbereidingen bestaan uit het schoonmaken van een twintigtal mandflessen van elk 54 liter, het zoeken van doppen, een slang voor het overtappen en het afwachten tot de volle maan verdwenen is. Wat voor mij nog als het enige mystieke rond het wijnmaken klinkt.
Want ook een telefoontje naar een bevriende wijnmaker bevestigt nog eens dat het nu het goeie moment is om te bottelen. En misschien vertel ik voor een heleboel mensen niets nieuws, maar ik vond de uitleg wel heel verrassend. We staan naast een enorm vat in de nieuwe kelder en Andrea laat zien wat het effect van de volle maan is. Wijn groeit en vermindert namelijk met het variëren van de omvang van de maan. Als het volle maan is is het volume maximaal en dat is te zien bij het enorme vat. Door het waterslot bovenop het vat is er wijn over de rand gestroomd en die lekt nu in een spoortje over de zijkant naar de afvoer in de tegelvloer. Als de maan helemaal verdwenen is – ik weet niet eens de goeie term daarvoor – is het volume van de wijn het kleinst, en is het tijd om te bottelen.
Even later staan we bij een kunststof vat van 12 hectoliter en beginnen we met het vullen van bijna 24 mandflessen. Iets wat bij het matige licht nog lastig blijkt. De slang laat zich niet makkelijk afknijpen en ook is moeilijk te zien wanneer de grote fles bijna vol is. Goed luisteren, turen en timen dus. Wat niet altijd goed gaat en links en rechts een reeks Italiaanse krachttermen oplevert. Iets waar de wijn in ieder geval niet door beïnvloed wordt. Want als we ‘s avonds bij het eten met rode, nauwelijks schoon te krijgen handen een glaasje inschenken zijn de zere rug van het volle flessen tillen, het geploeter met de slang en geklooi in een koele, vochtige ruimte al snel van vergeten. Misschien is dat toch nog een laatste geheim van wat deze Chianti zo’n goeie wijn maakt: de juiste hoeveelheid ‘che cazzo di lavoro’-'s waarmee de wijn uiteindelijk in de fles is beland.

Gran Premio vs de paus

De Formule 1-race (Gran Premio) van Maleisië was vanochtend gelukkig op een beetje normaal tijdstip. Formula1racingOm 10:00 uur de start, en dat was wat beter dan een week geleden. Had ik toen willen kijken, dan had ik vroeg m’n bed uit gemoeten. En dat zou nog vroeger voelen doordat de klok die nacht naar de zomertijd ging. Ik ben er niet voor opgestaan, zo leuk vind ik het dus ook weer niet.
Voor Andrea zijn die races een must. Hij is niet voor niets vrijwillig brandweerman op het circuit van Mugello. Aangezien hij vorige week een dag weg was, moest er dus wat geregeld worden. De video-recorder werd ingesteld om toch maar niets van de hele race te hoeven missen. En daarbij deed zich een vreemd verschijnsel voor. Gezien het tijdstip van de start, rond 08:00 uur geloof ik, kon de recorder gaan snorren. Alleen, de uitzending schakelde rond 09:00 uur over van Rai 1 naar Rai 2. En dat heeft alles te maken met iets wat belangrijker is dan welke autorace ook; een programma waarin de Paus een hoofdrol speelt. Dat staat voor die zondag om 9 uur op het programma, dus wat er ook Benedictusxvi_1gebeurt: de Gran Premio moet wijken! Niks geen autogekke Italianen die zich daar druk om maken, niks geen gemopper omdat de videorecorder moeizaam en omslachtig moet worden ingesteld. Nee, de Paus gaat iets doen en dus wordt de zender vrijgemaakt. Miljoenenspektakel als de F1 of niet, genadeloos wordt er omgeschakeld. Ik vraag me af hoeveel Italianen er op Rai 1 blijven hangen, veel zullen het er niet zijn. Het omschakelen is een ongemak dat morrend wordt aanvaard, maar de race blijft de race, en dus schakelt iedereen massaal over.
Ook vandaag is het weer raak. Tenminste, een uitgebreide uitzending vanaf het Sint Pietersplein. De Paasboodschap komt voorbij vanuit een regenachtig en grauw Rome. Ik heb het grootste deel niet gezien, want deze week begon de Gran Premio wel op een normale tijd. En dus was het vanaf 10 uur racen op Rai 2. En toch, na de race even naar 1 gezapt. Al was het alleen maar om te horen hoe ook deze paus in het Nederlands Goede Pasen wenst en ‘zijn dank tot uitdrukking wil brengen voor de bloemen uit Nederland’. Ook al staan ze er wat triestig bij, in de gestaag vallende regen, ook dit jaar zorgt een stukje Nederland weer voor wat kleur op het plein. Het is dat de race al afgelopen was, maar ik ben ergens toch blij dat ik dat nog even meegepikt heb!

La Ghigliottina

Ik had het al eerder over het eindspel van l’eredità gehad, maar bij deze dan nog een YouTube-filmpje om te laten zien waar het allemaal om gaat. En zoals te zien kun je veel geld winnen: deze dame begint met 160.000 euro. Wat daarmee gebeurt: kijk zelf maar…La Ghigliottina